Rekenen groep 1 en 2

Rekenspellen 

 

Spel 1: Slangen en ladders (tot 100)

Print het spelbord en pak pionnen en een dobbelsteen (eventueel twee dobbelstenen). Zet de pion van iedere speler op het eerste vak en bepaal wie begint met gooien. Zet het aantal stappen vooruit zoals de dobbelsteen aangeeft. Kom je op een slangenhoofd, dan glij je helemaal naar beneden via de staart. Kom je op een ladder, dan mag je naar boven klimmen! Wie als eerst op het getal 100 komt, heeft gewonnen! Het is een spannend spel waarbij spelers die onderaan staan, opeens weer kans maken om te winnen. Kinderen worden enthousiast en ze oefenen onbewust met het flexibel bewegen in de getallenwereld, denk aan getalbegrip, telrij, doortellen, synchroon tellen, etc. Veel speelplezier!

Download hier het slangen en ladders spel.

Spel 2: Het boerderij spel (tot 23)

Print het spelbord en pak pionnen en een dobbelsteen. Voorafgaand het spel bepalen jullie zelf de regels. Je kunt er voor kiezen om voor ieder vijftal en tiental, alle evennummers of de groene vakken een opdracht te verzinnen. Dat is helemaal aan jullie zelf! Maar om een beetje inspiratie te geven hier zijn de spelregels van Juf Merel:

2: O nee, de haan heeft je niet wakker gemaakt. Helaas moet je nu een beurt overslaan.
8: De schapen zijn tevreden met het nieuwe stuk land wat je ze hebt gegeven. Gooi nog een keer!
11: Oeps je ligt in de modder bij de varkens. Sla een beurt over.
17: De wieken van de molen draaien hard in het rond. Je wordt mee geslingerd en komt op vak 20 uit!
23: Hoera, je bent bij de boerderij aangekomen. Jij hebt het spel gewonnen!

Zet de pion van iedere speler op de boer linksonder in het speelveld en bepaal wie begint met gooien. Zet het aantal stappen vooruit zoals de dobbelsteen aangeeft. Wie als eerst op vak 23 komt, heeft het spel gewonnen! Veel speelplezier en pas op voor de modder bij de varkens.

Download hier het boerderij spel.

Spel 3: Lieveheersbeestjes spel (tot 65)

Print het spelbord en pak pionnen en een dobbelsteen (eventueel twee dobbelstenen). Zet de pion van iedere speler op het startvak waar een lieveheersbeestje staat afgebeeld en bepaal wie begint met gooien. Zet het aantal stappen vooruit als de dobbelsteen aangeeft. Kom je op een vak met een waterplas dan volgt deze speler de druppels water en valt een aantal bladeren terug in het spel. Kom je op een vak waarbij een lieveheersbeestje wegvliegt, volg dan de pijlen en zet de pion op het plekje waar de pijl naar toe wijst. Wie als eerst op het getal 65 komt, heeft het spel gewonnen. Kinderen leren het stippenpatroon van de dobbelsteen kennen, synchroon tellen en leren de telrij tot 65 kennen. Veel speelplezier!

Download hier het lieveheersbeestjes spel.

spel 4: het piraten spel

Dit spelbord heeft nog geen cijfers, deze kun je naar eigen wensen invullen. Alle spelers hebben een pion nodig en zetten deze op het start vak. Kom je tijdens de zoektocht naar de schat een vak met een pijl op de kaart tegen, dan volg je deze pijl.  Wie weet kom je zo eerder bij de finish! Wie als eerste bij de schat is, heeft gewonnen!

Download hier het piraten spel.

Dobbelsteen

Maak je eigen dobbelsteen met deze download:

 

Of heb je liever een van deze dobbelstenen in je klas?

Denksleutels rekenen

De denksleutels zijn gemaakt om kinderen aan te zetten tot creatief denken. Ze zijn inzetbaar voor ieder thema als je de sleutelvragen aanpast. Hieronder staan een aantal voorbeelden om de denksleutels binnen het vakgebied rekenen te gebruiken.

Vraag-sleutel
Begin met het antwoord. Laat kinderen vragen verzinnen die leiden tot alleen dat antwoord.
Voorbeelden:
Het antwoord is ‘drie’. Welke vraag kun je stellen?
Het antwoord is ‘vierkant’. Welke vraag kun je stellen?

Nietus-sleutel
Bepaal het omgekeerde. Plaats woorden als (kan) niet, (zal) nooit in een opdracht.
Bijvoorbeeld:
Noem iets waar nooit een paar van is, dus een tweetal.
Noem 3 dingen die je niet kan tellen.

Wat als-sleutel
Stel de kinderen een ‘Wat zou er gebeuren als…’ vraag. Laat kinderen oorzaken en gevolgen benoemen.
Bijvoorbeeld:
Wat zou er gebeuren als er geen cijfers bestaan?
Wat zou er gebeuren als niemand weet hoe je moet klokkijken?
Wat zou er gebeuren als er geen geld bestaat?

Lachwekkend-sleutel
Doe een lachwekkende uitspraak of stelling. Laat kinderen argumenten verzinnen om de stelling aannemelijk te maken.
Bijvoorbeeld:
Als je net zo oud bent als papa of mama kan je nog best in groep 1 of 2 zitten.
In de winter kun je prima buiten zwemmen.

Variatie-sleutel
Vraag kinderen op hoeveel verschillende manieren ze een bepaalde activiteit kunnen doen.
Bijvoorbeeld:
Op hoeveel manieren kun je tot 10 tellen?
Op hoeveel manieren kun je een toren van kapla bouwen?

 

 

Pittenzakken met cijfers

Ken je de pittenzakken van Credu.nl al? Ze zijn inzetbaar om het rekenen en spelen te kunnen combineren. Jullie hebben zelf ook veel ideeën bedacht en ingezonden tijdens de win actie. Hieronder staan 10 lessuggesties op een rijtje!

cijferbeans

Bestel de pittenzakken hier!

Lessuggestie 1
Zet een mand met pittenzakken neer. Maak tweetallen en geef ieder tweetal een pittenzak. Geef de kinderen de opdracht om zo vaak met de pittenzak over te gooien als het cijfer op de pittenzak. Is dat gelukt? Dan mogen de kinderen een andere pittenzak pakken uit de mand. Welke kinderen kunnen tien keer overgooien? Laat ze dit voordoen en tel met de hele klas mee. Maak het meer uitdagend door de afstand te vergroten tussen de twee kinderen.

Lessuggestie 2
Hang tien zakken, vellen papier of lappen stof (met daarop de cijfers van 1 t/m 10) op aan het klimrek of een gespannen lijn door het (speel)lokaal. Zet een mand met pittenzakken neer. De kinderen pakken een pittenzak en proberen hetzelfde cijfer te raken met de pittenzak. Als de pittenzakken op zijn, zoeken de kinderen de pittenzakken en leggen ze op een rij van 1 t/m 10, om zo te kijken of de set weer compleet is. Daarna begint de activiteit opnieuw.

Lessuggestie 3
De kinderen zitten in de kring. Twee kinderen komen naar voren. Een kind gaat zitten met de rug naar de kring en de ander pakt een pittenzak uit de bak en laat deze zien aan de kinderen in de kring. Nu komen hetzelfde aantal kinderen als op de pittenzak staat, stilletjes achter het kind staan die met de rug naar de kinderen toe zit. Lukt het om te raden hoeveel kinderen er nu achter hem of haar staat? Controleer het door de pittenzak te laten zien.

Lessuggestie 4
Iedereen heeft een eigen pittenzak. Geef de kinderen verschillende opdrachten. Leg uit: Gooi de pittenzak omhoog en probeer evenveel te klappen, draaien, springen, zwaaien of je naam te noemen zo vaak als op de pittenzak staat. Is het gelukt, probeer het dan met een pittenzak waarop een hoger getal staat. Was het te lastig? Zoek een pittenzak met een lager getal of probeer het nog eens.

Lessuggestie 5
Kies een tikker. Alle kinderen, behalve de tikker, krijgen een pittenzak. Ze houden de pittenzak goed vast, zodat het cijfer niet te zien is voor de tikker. Spreek met de kinderen vooraf een getal af. Als het kind met dit getal straks getikt wordt, is het spel afgelopen. Tel na afloop het aantal getikte kinderen. Is dat meer, minder of evenveel als het afgesproken getal.

Lessuggestie 6
Zet een parcours neer in het speellokaal met verschillende activiteiten: over een bank lopen, door een tunnel kruipen, van de kast springen, klimmen op het klimrek, springen over obstakels, slootjespringen, etc. Zet tien bakken (waarop de cijfers staan van 1 t/m 10) neer verspreid over het parcours. Geef de kinderen pittenzakken en laat ze de pittenzak in de juiste mand gooien, terwijl ze het parcours volgen.

Lessuggestie 7
Maak met stoepkrijt of tape een getallenlijn t/m 10. Schrijf de getallen 1 t/m 10 naast de getallenlijn. Laat de kinderen bij 0 staan met een pittenzak en geef de kinderen de opdracht de pittenzak te gooien of schuiven tot hetzelfde getal op de getallen als het getal op de pittenzak.

Lessuggestie 8
Leg verschillende kleuren hoepels neer in het speellokaal en geef ieder kind een pittenzak. Laat de kinderen op een rij staan en tel af van 3, 2, 1, gooi! Gooi tegelijk en bekijk in welke hoepels de pittenzakken terecht zijn gekomen. Dit is ook een mogelijkheid om optelsommen te maken als er meerdere pittenzakken in de hoepels terecht zijn gekomen.

Lessuggestie 9
Verstop de pittenzakken in het lokaal. Zet twee bakken klaar waarin de kinderen de pittenzakken gooien als ze zijn gevonden. Spreek af dat in de ene bak de oneven getallen komen en in de andere bak de even nummers. Als alle pittenzakken zijn gevonden, haal je de pittenzakken eruit en controleer je of de pittenzakken in de juiste bak zijn gelegd.

Lessuggestie 10
Leg 10 hoepels neer in een rij, eventueel aangegeven met cijfers of stippenpatroon. Zet aan beide kanten van het lokaal een bak neer met de pittenzakken. Verdeel de kinderen in twee groepen. Zet twee pionnen klaar waarachter beide teams zich in een rij kunnen opstellen. Na het startsignaal mag het eerste kind in de rij een pittenzak uit de bak pakken en in de juiste hoepel gooien. Als dit is gelukt, geeft hij een high-five aan de volgende in de rij. Nu mag de volgende naar de bak rennen en een pittenzak pakken. Welke groep het eerste alle pittenzakken in de juiste hoepel heeft gegooid, heeft gewonnen.

Advertenties